Ivan Gontsjarov – Oblomov

15 / 01 / 2014

Oblomov is de vleesgeworden luiheid. Het hoofdpersonage van Ivan Gontsjarovs beroemde roman uit 1859 komt amper uit zijn bed en is meesterlijk bedreven in de kunst van het uitstel. Dirk Leyman nam dit antigif tegen het jachtige leven opnieuw tot zich, tot de sloomheid haast op hem oversloeg.

Een honderdvijftig jaar oude, kloeke roman waarin nauwelijks iets gebeurt, de held meestal tussen de lakens ligt te suffen en de handeling voortdurend ter plaatse trappelt, maar die je toch verwonderd en met veel animo uitleest. Dat is Oblomov van Ivan Gontsjarov (1812-1891). Het boek werd onmiddellijk na verschijning in Rusland erkend als een onvervalst meesterwerk, al lag dat zeker niet aan de sensationele plotontwikkeling. Zelfs de toenmalige minister van Onderwijs Kovalevski omschreef het boek als “een kapitale bijdrage aan de Russische literatuur”: “De held is een van die door de natuur rijkelijk bedeelde, maar zorgeloze en luie naturen, die hun leven doorbrengen zonder nut voor anderen en die er niet in slagen hun eigen geluk te grijpen. De kwaliteiten van het boek liggen in de artistieke uitvoering en de uitdieping van de details“, zo liet hij in een verslag aan de toenmalige tsaar Alexander II weten. Toch waren er ook critici die de roman hekelden omdat het hoofdpersonage Oblomov een slecht voorbeeld voor de jeugd zou betekenen en de Russische volksaard ridiculiseerde. In ieder geval maakte Oblomov school. Zowel in de sociologie als in de literatuurwetenschap is de term Oblomovisme gemunt en kwam hij synoniem te staan voor een “ziekelijk onvermogen tot handelen”. Of om Karel van het Reve te citeren in zijn Geschiedenis van de Russische literatuur (1985): “Oblomov voelt een grote weerzin als van hem verwacht wordt zich druk te maken over de dingen waar iedereen zich druk over maakt.” Arbeid, carrière, rijkdom en aanzien: Oblomov haalt er sierlijk de neus voor op.

Poëzie der vadsigheid

In Gontsjarovs roman wordt de luiheid dan ook gecelebreerd alsof het een eredienst is. De apathie komt er in al zijn verschijningen tot wasdom: slome dagdromerij, vage plannenmakerij die op niets uitdraait, depressieve stemmingen, smoezen om te kunnen indommelen én bijna genetisch bepaalde indolentie. Nee, de geestestoestand van het lome hoofdpersonage – een vertegenwoordiger van de kleine landadel die zijn bestaan maar niet op orde krijgt en intussen have en goed dreigt te verliezen – is bij momenten raadselachtig inert. Zodanig dat sommigen de roman omschrijven als “een ziektegeschiedenis waarbij elke diagnose angstvallig wordt vermeden” zoals Melchior de Wolff ooit deed in de Volkskrant. Maar vertaler Arthur Langeveld merkt in zijn nawoord bij de Nederlandse heruitgave terecht op dat men er ook “het verhaal in kan lezen van een klasse, de kleine landadel, die de aansluiting met de moderne tijd mist, verarmt en afglijdt op de sociale ladder.” Oblomov is “de hoogste uitdrukking van de poëzie der vadsigheid”, zo drukte Prins Kropotkin het dan weer uit. Lezers van toen verkneukelden zich over de schande die Oblomov over zichzelf afriep. En dat was voor veel Russen een feest van herkenning, toen en nu.

lees meer …