Logo




Kurt Vonnegut – Slachthuis vijf

Humor en sciencefiction als anti-oorlogswapen

Hoe kan een roman over het geallieerde bombardement op de Duitse stad Dresden uitgroeien tot een pamflet tijdens de Vietnamoorlog? Kurt Vonnegut speelde het klaar met Slaughterhouse Five (1969), een boek dat je nog altijd van je sokken blaast én onbedaarlijk doet lachen. Al voelt recyclezer Dirk Leyman zich daar soms schuldig over.

Dirk Leyman

Kun je Kurt Vonnegut (1922-2007) in één literair hokje stoppen? Een schier onmogelijke opdracht. Vaak werd hij in een adem genoemd met Amerikaanse schrijvende generatiegenoten als Philip Roth, Norman Mailer, Saul Bellow of John Updike. Maar zonder twijfel was de auteur van het geruchtmakende Slaughterhouse Five (1969) de meest onorthodoxe van dit gezelschap. En wellicht ook de meest tegendraadse. 

Telkens weer bleken Vonneguts romans doordrenkt van zwarte humor en bevatten ze veel sciencefictionelementen, waarbij hij een diepgaand pessimisme tentoonspreidde én een erg losse structuur en interpunctie hanteerde. Net als Mark Twain was humor Vonneguts wapen om de menselijke existentie te tackelen, schreef de New York Times na zijn overlijden in  2007. Vonneguts debuut verscheen in 1952. In Play Pianola veegde hij de vloer aan met de mores in het bedrijfsleven, met echo’s van Aldous Huxley’s Brave New World. En hij bleef ongerijmde, onvoorspelbare boeken schrijven. Bekend gebleven zijn ook Cat’s Cradle (1963, over het bombardement op Hiroshima en een scheikundige die per abuis al het water op aarde laat bevriezen op kamertemperatuur) of Galapagos (1985, waarbij een groep overlevers van een kernramp de beschaving heropstarten met een computer waarin een miljoen citaten uit de wereldliteratuur liggen gestockeerd). Vonnegut, die regelmatig kampte met diepe depressies, had als voornaamste thema dan ook “the ongoing occupation with the mess humankind was making of the planet”, zoals The Guardian het ooit omschreef. Ook God Bless You, Mr. Rosewater or Pearls before the Swine (1965), Breakfast of Champions (1973) en Timequake (1997), zijn laatste roman, bleven in het Amerikaanse collectieve geheugen haken, al slonk gaandeweg de aandacht voor zijn werk. Zijn laatste non-fictieboek A Man Without a Country uit 2005 werd onverwacht weer een bestseller en hij noemde het “a nice glass of champagne at the end of a life.” In 1984 beging Vonnegut een mislukte zelfmoordpoging. “Zelfmoord was een constante verleiding”, bekende hij, ook zijn moeder sloeg de hand aan zichzelf. Achteraf verklaarde hij dat hij het liefst wou sterven tijdens een vliegtuigcrash op de top van de Kilimanjaro. Vonnegut overleed uiteindelijk aan een hersenletsel, opgelopen na een domme val in zijn New Yorkse appartement.

‘Een toren van rook en vlammen’

Vonnegut is natuurlijk vooral befaamd gebleven door Slaughterhouse Five waarin hij op geheel ongerijmde en originele wijze zijn ervaringen tijdens het geallieerde bombardement op Dresden op 13-14 februari 1945 verwerkte, dat 130.000 mensenlevens kostte. Vonnegut verbleef er als krijgsgevangene in een ondergronds slachthuis en was een van de zeven Amerikanen die het helse bombardement overleefde. Vervolgens hielp hij bij het ruimen van de lijken. “Het bombardement op Dresden was een kunstwerk”, zo schreef Vonnegut, “een toren van rook en vlammen om de woede en het hartverscheuren te herdenken van de zo velen die hun levens vernietigd zagen door de onbeschrijflijke hebzucht, ijdelheid en wreedheid van Duitsland.” Toch werd deze oorlogsmisdaad lange tijd als “een onbeduidend detail” bestempeld door Westerse historici, zo merkte Vonnegut op. Lange tijd zocht hij naar de gepaste vorm om Slaughterhouse Five te kunnen schrijven.

Schunnige taal

De roman groeide onmiddellijk na verschijning in 1969 uit tot een fetisjboek voor de Amerikaanse oppositie tegen de Viëtnamoorlog. Het puilde tijdens de jaren zeventig uit de jaszak van elke zichzelf respecterende student. De schunnige taal en het geweld zorgden er ook voor dat het boek regelmatig werd geweerd uit scholen en bibliotheken. En Vonnegut ridiculiseerde met bijtende satirische woorden het succes van het boek: “Ik heb gezegd dat er slechts één persoon is die beter is geworden van de aanval, die tientallen miljoenen dollars moet hebben gekost”, vertelde Vonnegut in een interview met The Paris Review. “Door de aanval is de oorlog geen halve seconde eerder geëindigd, een Duitse verdedigingsactie of aanval is er niet door verzwakt en geen enkele persoon is erdoor gered uit een vernietigingskamp. Er is maar één persoon die er beter van is geworden – niet twee of vijf of tien. Eén maar. Ik. Ik heb drie dollar gekregen voor iedere persoon die om het leven is gekomen. Moet u zich voorstellen.” Vonnegut kampte niettemin met depressies na het verschijnen van de roman en beweerde een tijdlang dat hij nooit meer zou schrijven.

Maar blijft Slaughterhouse Five overeind bij herlezing, bijna 45 jaar na verschijnen? Ja, grotendeels wel. Toegegeven, de sciencefictionachtige roman is soms behoorlijk grillig en weerbarstig. Vonnegut zet alle chronologische conventies op zijn kop. Toch heeft het sarcasme weinig aan scherpte ingeboet, net als de humor. Geen wonder dat veel auteurs – van Douglas Adams, John Irving en Haruki Murakami en bij ons Renate Dorrestein en youngsters Maartje Wortel – zich schatplichtig verklaren aan Vonnegut.

Gekidnapt door gootsteenontstoppers

Na een wat warrige intro, waarin de auteur prakkezeert over de totstandkoming van het boek, introduceert Vonnegut in de roman zijn hoofdpersoon Billy Pilgrim. Pilgrim, een soort alter ego van Vonnegut, wordt als hulppredikant naar het WO II-front gestuurd, om er spoedig krijgsgevangen te worden genomen. Om vervolgens in het Duitse Dresden te belanden, een ooit elegante stad die schijnbaar buiten de Tweede Wereldoorlog kan blijven. Tot het fatale  ‘carpet bombing’ van de Geallieerden volgt, op het moment dat het Duitse rijk al op instorten staat.

Na de oorlog lijkt Pilgrim in de greep te komen van een gekte, althans dat vindt ook zijn dochter Barbara. Maar je kunt het evengoed een vorm van luciditeit noemen. Pilgrim weet nooit precies welk deel van zijn voorbije of komende leven hij voorgeschoteld zal krijgen. En ook de lezer wordt ontvoerd in deze tijdscapsule. “Billy PilIgrim is een tijds-spasticus, hij heeft geen enkele macht over waar hij heen gaat en zijn uitstapjes zijn lang niet altijd plezierig.” Hij kan immers ook achterhalen hoe hij aan zijn einde zal komen.

Allemaal het gevolg van Pilgrims kidnapping door aliens, de Tralfamadorianen, die hem tentoonstellen in een soort ‘menselijke zoo’ op hun planeet, onder “een geodetische koepel”. De Tralfamodorianen, die het uiterlijk van gootsteenontstoppers hebben, zien alles in vier dimensies: ze hanteren een totaal ander concept van de tijd: elk moment, zij het in het verleden, heden of toekomst, heeft voor hen altijd bestaan, en zal altijd terug opduiken. Daardoor speelt dood geen rol, omdat ze ook in het verleden nog in leven zijn. Als iemand doodgaat, lijkt het niet echt. “Hij is springlevend in het verleden, dus het is bepaald onnodig om te huilen bij zijn begrafenis.” Net dat maakt Pilgrims oorlogservaringen ook draaglijk. De Tralfamodianen dragen hem op “de afschuwelijke perioden te negeren en zich te concentreren op de mooie.” Pilgrim is de eersterangsgetuige van de oorlogsgruwel, afkomstig van een planeet “waar men zich sinds mensenheugenis bezighoudt met zinloze slachtpartijen”. Hij aanvaardt ze nu met een zekere innerlijke rust. “Zo gaat dat” is dan ook de fatalistische baseline, honderd en zes keer herhaald. Het mantra zong door vele anti-Viëtnambetogingen.

Lapmiddeltje tegen oorlogstrauma’s

De absurditeiten stapelen elkaar op in *Slaughterhouse Five of de Kinderkruistocht* (zoals in feite de volledige titel luidt). Zo wordt er ook een Amerikaanse soldaat doodgeschoten omdat hij kort na het bombardement een theepot heeft gestolen uit de catacomben. Het gaat van de hak op de tak en Vonnegut brengt het allemaal met een uitgestreken gezicht, vol onverwachte plotwendingen én met een zekere distantie. Hij bespeelt alle registers. En uiteindelijk begrijp je waarom dit boek tot zo’n virulent anti-oorlogspamflet is kunnen uitgroeien. “Het laat zien welke sporen oorlogen nalaten in de levens van jonge soldaten en hoe zij worstelen met ’overlevings-schuld’. Hoe moet je verder, hoe kun je nog betekenis aan het leven geven, na oorlogservaringen zoals die van Billy Pilgrim? Danzij Vonnegut durf ik grappig schrijven over zware onderwerpen”, zegt bijvoorbeeld Renate Dorrestein over de roman.

Vonneguts boodschap sloeg ten tijde van de Viëtnamoorlog volop aan. Zijn vreemde sciencefictionremedie om tergende herinneringen draaglijk te maken én de zinloosheid aan de kaak te stellen, werkt binnen het bestek van deze roman wonderwel. Al merk je aan Vonneguts eigen gehavende levensloop dat het finaal slechts een lapmiddeltje was tegen oorlogstrauma’s. 

Ongetwijfeld zullen lezers die een hekel hebben aan oorlogsepistels na dit gedenkwaardige boek hun mening moeten herzien. Hetzelfde geldt voor sciencefictionhaters. Benieuwd of u daar ook bijhoort?

Dirk Leyman

[Kurt Vonnegut, Slachthuis vijf, uitgeverij Meulenhoff, vertaling Else Hoog]

In de volgende editie van de Recyclezer lezen we ‘De stad der blinden’ van Nobelprijswinnaar José Saramago.

Reageren op deze Recyclezer kan hieronder, graag zelfs!

TAGS:

3 Antwoorden op “Kurt Vonnegut – Slachthuis vijf”

  1. Tom W Zegt:

    Zucht, mijn favoriete schrijver tussen mijn 16 en 24. In eerste instantie stotterde de liefde wat. De eerste keer dat ik ‘Slachthuis vijf’ las, was ik nog te jong en was ik zulke boeken niet gewoon. Twee jaar later was het wel raak en werd Vonnegut de koning. Ik las alles wat ik van hem kon vinden, in het Engels en/of het Nederlands, en dat terwijl ik zelfs niet zo’n SF-fan ben. Ik heb zijn werk zelf ook nooit als SF beschouwd, ondanks de aanwezigheid van duidelijk SF-lijkende elementen. Nu ben ik bijna 30 en zijn er andere favorieten. Hoewel, onlangs herlas ik “Breakfast for Champions”, en dat was een geweldig leuke tijd. Minder maatschappelijk relevant, maar je merkt dat hij plezier had met erover schrijven. Mijn boekenkast wordt regelmatig opgeruimd, maar Vonnegut, die blijft mooi op de eerste rij staan.

  2. Els Zegt:

    Dit is een klassieker, die ik zeker nog eens zou willen lezen.
    Maar tot nu toe is het er nog niet van gekomen.
    Onlangs vroeg men naar dit boek in een televisiekwis, ik denk de Canvascrack.
    Toen dacht ik nog, da’s een idee voor mijn volgende verjaardags- of kerstlijstje…

  3. Marc Van Damme Zegt:

    Het boek hoort thuis in de categorie wereldromans zoals “Voyage au bout de la nuit” of “Catch 22”: zonder enig spoor van gepreek emaneert vanuit de vorm de waanzin van de oorlog