Logo




Ivan Gontsjarov – Oblomov

Oblomov is de vleesgeworden luiheid. Het hoofdpersonage van Ivan Gontsjarovs beroemde roman uit 1859 komt amper uit zijn bed en is meesterlijk bedreven in de kunst van het uitstel. Dirk Leyman nam dit antigif tegen het jachtige leven opnieuw tot zich, tot de sloomheid haast op hem oversloeg.

Een honderdvijftig jaar oude, kloeke roman waarin nauwelijks iets gebeurt, de held meestal tussen de lakens ligt te suffen en de handeling voortdurend ter plaatse trappelt, maar die je toch verwonderd en met veel animo uitleest. Dat is Oblomov van Ivan Gontsjarov (1812-1891). Het boek werd onmiddellijk na verschijning in Rusland erkend als een onvervalst meesterwerk, al lag dat zeker niet aan de sensationele plotontwikkeling. Zelfs de toenmalige minister van Onderwijs Kovalevski omschreef het boek als “een kapitale bijdrage aan de Russische literatuur”: “De held is een van die door de natuur rijkelijk bedeelde, maar zorgeloze en luie naturen, die hun leven doorbrengen zonder nut voor anderen en die er niet in slagen hun eigen geluk te grijpen. De kwaliteiten van het boek liggen in de artistieke uitvoering en de uitdieping van de details“, zo liet hij in een verslag aan de toenmalige tsaar Alexander II weten. Toch waren er ook critici die de roman hekelden omdat het hoofdpersonage Oblomov een slecht voorbeeld voor de jeugd zou betekenen en de Russische volksaard ridiculiseerde. In ieder geval maakte Oblomov school. Zowel in de sociologie als in de literatuurwetenschap is de term Oblomovisme gemunt en kwam hij synoniem te staan voor een “ziekelijk onvermogen tot handelen”. Of om Karel van het Reve te citeren in zijn Geschiedenis van de Russische literatuur (1985): “Oblomov voelt een grote weerzin als van hem verwacht wordt zich druk te maken over de dingen waar iedereen zich druk over maakt.” Arbeid, carrière, rijkdom en aanzien: Oblomov haalt er sierlijk de neus voor op.

Poëzie der vadsigheid

In Gontsjarovs roman wordt de luiheid dan ook gecelebreerd alsof het een eredienst is. De apathie komt er in al zijn verschijningen tot wasdom: slome dagdromerij, vage plannenmakerij die op niets uitdraait, depressieve stemmingen, smoezen om te kunnen indommelen én bijna genetisch bepaalde indolentie. Nee, de geestestoestand van het lome hoofdpersonage – een vertegenwoordiger van de kleine landadel die zijn bestaan maar niet op orde krijgt en intussen have en goed dreigt te verliezen – is bij momenten raadselachtig inert. Zodanig dat sommigen de roman omschrijven als “een ziektegeschiedenis waarbij elke diagnose angstvallig wordt vermeden” zoals Melchior de Wolff ooit deed in de Volkskrant. Maar vertaler Arthur Langeveld merkt in zijn nawoord bij de Nederlandse heruitgave terecht op dat men er ook “het verhaal in kan lezen van een klasse, de kleine landadel, die de aansluiting met de moderne tijd mist, verarmt en afglijdt op de sociale ladder.” Oblomov is “de hoogste uitdrukking van de poëzie der vadsigheid”, zo drukte Prins Kropotkin het dan weer uit. Lezers van toen verkneukelden zich over de schande die Oblomov over zichzelf afriep. En dat was voor veel Russen een feest van herkenning, toen en nu.

Liggen als normale toestand

De inhoud van het boek samenvatten kan eigenlijk op een sigarettenvloeitje. “Liggen was voor Ilja Iljitsj geen noodzaak, zoals voor een zieke of voor iemand die wil slapen, geen toevallig aangenomen houding zoals voor iemand die vermoeid is, en geen genot, zoals voor een luiaard: het was zijn normale toestand”, zo lezen we al op pagina zes van ‘Oblomov’.

Honderdvijftig pagina’s lang zal Gontsjarovs anti-held Ilja Iljitsj Oblomov niet uit zijn bed raken of hooguit de voeten in de pantoffels schuiven, terwijl hij mijmert en prakkeseert over allerlei fraaiigheden die buiten zijn bereik liggen. Zijn kamer, in een huis in de Gorochovajastraat in Sint-Petersburg, is een stoffig en stilaan vervuild nest, waar hij om de haverklap zijn knecht Zachar optrommelt. Zijn eigendommen, een landgoed van 335 zielen, zijn hem een blok aan het been en bovendien slinken de opbrengsten ervan jaar na jaar. Toch heeft hij er bijzonder warme herinneringen aan, waar Oblomov steeds naar teruggrijpt: er spookt doorheen het boek een grote nostalgie naar zijn jeugdjaren rond. Bezoekers lopen de hele voormiddag af en aan bij het bed, maar Oblomov wimpelt hun vragen af. Het lukt hen al helemaal niet om Oblomov tot enige actie of een bezoek aan een avondlijk salon te overtuigen. Het is zijn jeugdvriend, de ondernemende en fris ogende jongeman Stolz, die Oblomov uit zijn lethargie lijkt te zullen halen. Wanneer hij hem voorstelt aan Olga, raakt Oblomov verliefd. Maar praktische besognes stremmen de liefdesverhoudingen (trouwen brengt zoveel zorgen met zich mee, zorgen die Oblomov niet aankan). Intussen groeien de perikelen met het landgoed Oblomov hem geheel boven het hoofd, zodat hij steeds meer de tering naar de nering moet zetten. Olga gaat intussen dan maar een huwelijk aan met Stolz.

Oblomov zoekt uiteindelijk zijn heil in de armen van zijn hospita, de weduwe Psjenitsyna, en verkast noodgedwongen naar een armer gedeelte van de stad. Dat hij in zijn argeloosheid ook nog gepluimd wordt door een onbetrouwbare rentmeester en de broer van zijn hospita, neemt hij voor lief. Gelukkig depanneert Stolz hem financieel, zodat Oblomov niet helemaal aan lager wal geraakt. Telkens weer is Stolz de reddende engel. Tot Oblomov zachtjes én niet geheel ongelukkig uitdooft, terwijl het drukke leven en de jachtige mensheid totaal aan hem is voorbijgegaan.. “De mens hoort op de tast door het leven te gaan, voor veel zijn ogen te sluiten, niet van geluk te dromen, niet te klagen, als het hem ontgaat”, is dat de conclusie? Oblomov is het prototype van “de overtollige, nutteloze mens”, dat eerder ook al door Poesjkin (in Jevgeni Onegin, 1833), Lermontov (Een held van onze tijd, 1840) en Toergenjev (Dagboek van een overbodig mens, 1850) werd bijgeslepen. Laatbloeier Gontsjarov, generatiegenoot van Gogol en Lermontov, schreef met ‘Oblomov’ een hoogtepunt in het maatschappijkritische, realistische romangenre, die zijn ander werk zoals Het ravijn, Het fregat Pallas en Een alledaagse geschiedenis in de schaduw stelde. Al valt het moeilijk om nu nog helemaal op te gaan in de onderhuidse kritiek op de lijfeigenschap of het degenererende adeldom.

Het leven bij de lurven pakken

De kracht van een tijdloos meesterwerk is vaak de veelkantigheid ervan. Elke lezer kan er andere elementen uit puren. Ook bij Gontsjarovs bijbel van de luiheid is dat wel degelijk het geval. Oblomov telt ruim 500 pagina’s, maar hoezeer het hoofdpersonage zich ook wentelt in verveling, lusteloosheid en soezerij, Gontsjarov weet ons wakker te houden.

Natuurlijk bevat ‘Oblomov’ soms uitweidingen die een hedendaagse lezer langdradig zullen toeschijnen. Het is eigen aan het descriptieve romanrealisme. Maar toch zit er ook veel schwung in het boek. Gontsjarov houdt ons op verschillende manieren bij de les. De minzame luiwammes Oblomov heeft in de eerste plaats iets tragisch in zijn weerzin om het leven bij de lurven te pakken. Tegelijk is er die herkenbaarheid. We leiden allemaal wel een keertje aan storend uitstelgedrag met zowel nare als vermakelijke gevolgen. Oblomov is een Teuntje Treuzel hors categorie, we kunnen en willen er niet aan tippen, maar herkennen zijn neiging om de dingen voor zich uit te schuiven. Al wordt het bij hem dan een syndroom, het zorgt ervoor dat we hem sympathiek vinden. Een reden voor zijn gedrag is nog niet makkelijk te detecteren. Ze is misschien te vinden in zijn overbeschermde opvoeding waardoor Oblomovs verlangen naar het ongerepte landgoed de focus van zijn gedachten vormt. “Het patriarchale landgoed Oblomovka, Ilja’s bakermat, is voor hem altijd de maatstaf van alle dingen gebleven en zijn hele leven is hij op zoek naar een nieuw Oblomovka”, zo noteert vertaler Langeveld in zijn nawoord. Die foetustoestand vindt hij het ten slotte in de armen van de weduwe, die zijn gemakzucht weer voedt, terwijl Olga (op wie hij wel degelijk verliefd is) hem toch tot enige actie aanzette die zijn leven verstoorde. “De lethargie is sterker dan de het verlangen eraan te ontsnappen”, om nogmaals De Wolff te citeren in de Volkskrant. “En met het verlangen verdwijnt ook Oblomovs hartstocht.” Het embleem van zijn surplaceleventje is de afgedankte en verfomfaaide kamerjas, waarin Oblomov zich uiteindelijk maar weer hijst.

Lome atmosferen

Bovenal is er Gontsjarovs humor. ‘Oblomov’ zit vol running gags, waardoor je je soms wel eens in een komische film met voorgeprogrammeerde lachband waant. Oblomov ligt voortdurend in de clinch met zijn hondstrouwe knecht Zachar, ze verbinden elkaars lot aan elkaar. “De helden van de negentiende-eeuwse Russische roman zijn bijna allen door bedienden omgeven. Geen hunner heeft, bij wijze van spreken, ooit zijn eigen schoenen uitgetrokken, om van het poetsen van die schoenen maar te zwijgen. (…) Bij Gontsjarov doet de echte knecht zijn intrede”, meldt Karel van het Reve daarover. De heftige steekspelen zijn vermakelijk en zorgen voor veel peper en zout.

Hoe dan ook: Oblomov is helemaal niet toegerust voor een samenleving die drastisch aan het veranderen is en de overgang maakte van een feodale naar een meer prestatiegerichte omgeving, waarin jezelf bewijzen het nec plus ultra wordt. Het status quo is voorbij. Wie zich wil wentelen in een boek waarin arbeid en carrière met de glimlach wordt weggewuifd, vindt in ‘Oblomov’ zijn gading. Dit is geen boek om te lezen met een energiedrankje bij de hand maar in wufte, lome atmosferen. Benieuwd of u ook aangestoken wordt door de lamlendigheid van deze goedmoedige held die je voorgoed in het hart sluit.

Dirk Leyman


[Ivan Gontsjarov, Oblomov, uitgeverij LJ Veen, vertaling en nawoord Arthur Langeveld]


Volgende keer in De Recyclezer: ‘De glazen stolp’ van Sylvia Plath.

Oblomov is de vleesgeworden luiheid. Het hoofdpersonage van Ivan Gontsjarovs beroemde roman uit 1859 komt amper uit zijn bed en is meesterlijk bedreven in de kunst van het uitstel. Dirk Leyman nam dit antigif tegen het jachtige leven opnieuw tot zich, tot de sloomheid haast op hem oversloeg.Oblomov is de vleesgeworden luiheid. Het hoofdpersonage van Ivan Gontsjarovs beroemde roman uit 1859 komt amper uit zijn bed en is meesterlijk bedreven in de kunst van het uitstel. Dirk Leyman nam dit antigif tegen het jachtige leven opnieuw tot zich, tot de sloomheid haast op hem oversloOblomov is de vleesgeworden luiheid. Het hoofdpersonage van Ivan Gontsjarovs beroemde roman uit 1859 komt amper uit zijn bed en is meesterlijk bedreven in de kunst van het uitstel. Dirk Leyman nam dit antigif tegen het jachtige leven opnieuw tot zich, tot de sloomheid haast op hem oversloeg.Oblomov is de vleesgeworden luiheid. Het hoofdpersonage van Ivan Gontsjarovs beroemde roman uit 1859 komt amper uit zijn bed en is meesterlijk bedreven in de kunst van het uitstel. Dirk Leyman nam dit antigif tegen het jachtige leven opnieuw tot zich, tot de sloomheid haast op hem oversloeg.eg.